Met dit dialoog kan de generatorsectie van de analyser gecalibreerd worden. Voor de calibratie heeft u een frequentieteller met een bereik tot 10MHz nodig.
Voor calibratie dient u de teller met de DUT/OUT-connector te verbinden en de frequentiegetallen in te stellen todat de uitlezing (op de meter) exact 10MHz is.
Opent dit hulpscherm.
Breekt de calibratie af en schakelt de generator uit.
Sla de huidige set frequentiecalibratiewaarde op voor dit analyser type.
De frequentiecalibratiewaarde kan ook aangepast worden in het driver informatiedialoog (
).