Hier worden de technische minimum en maximum waarden weergegeven voor de transmissie- en return-loss.
Hier worden de technische minimum en maximum waarden weergegeven voor de fase.
Als de analyser aangesloten en geconfigureerd is voor de juiste communicatiepoort zal de versie van de interne firmware getoond worden. Anders wordt een foutbericht getoond.
Als de analyser aangesloten en geconfigureerd is voor de juiste communicationpoort zal de actuele spanning van de interne batterij getoond worden.
Stelt het aantal te gebruiken stappen vast gedurende de creatie van de calibratidata. Een waarde van 2.000 geeft voor normaal gebruik goede resultaten. De resolutie van een calibratiestap is het scanbereik van 100kHz tot 200MHz gedeeld door 2.000.
Verhoging van dit getal resulteert in een kleiner frequentiebereik per calibratiepunt. Verhoging van het aantal calibratiepunten vertraagt de aanmaak van de calibratiedata, niet die van de reguliere scans.
De hier ingevoerde waarde is afhankelijk van de analyser zijn interne DDS klokfrequentie. Aleen een klein aantal analysers hebben een 500MHz DDS. Alle latere analysers hebben een 520MHz DDS. De DDS-frequentie wordt meestal op een label op de achterkant van de analyser aangegeven.
voor een fijne frequentiecalibratie dient u de frequentiecalibratiefunctie van vna/J te gebruiken.
Vanaf de miniVNApro firmware versie 2.3 ondersteunt de analyser elke scanbreedte. Bij voorafgaande versies diende de scanbreedte een veelvoud van 100 te zijn. Als uw analyser een firmware >= 2.3 heeft (zie info in het Firmware info-veld), dan dient de ">=2.3" checkbox aangevinkt te worden.
Vanaf de miniVNApro firmware versie 2.3 is het tevens mogelijk het generatorvermogen in de transmissiemode met 6 dB te reduceren, dit om het probleem van teveel vermogen te voorkomen. Dit zal het dynamisch bereik in de transmissiemode met 6dB verminderen naar ongeveer 84dB. Als de "Vast 6dB" box aangevinkt is zal het generatorvermogen met 6dB verminderd worden. De calibratiebestanden moeten opnieuw gegenereerd en niet gemixt worden met de reguliere calibratiebestanden.
De tijd in milliseconden tussen het open verzoek naar de interface en de reactie van de interface. Als deze tijd overschreden wordt zal een foutmelding getoond worden. Deze hoeft normaal niet aangepast te worden!
De tijd in milliseconden tussen de verstuurde commando's naar de analyser. Deze hoeft normaal niet aangepast te worden!
De tijd in milliseconden tussen het commandoverzoek naar de analyser en een antwoord van de analyzer. Als deze tijd wordt overschreden zal er een foutmelding getoond worden. Deze hoeft normaal niet aangepast te worden!
De gebruikte baudrate om met de analyser te communiceren. Deze hoeft normaal niet aangepast te worden!
Alle interne berekeningen worden uitgevoerd met de ingevoerde referentieweerstand. Dit kan een complexe waarde met echte en imaginaire delen zijn. Vaak wordt hier alleen 50+i0 ingevoerd.